U bevindt zich hier:Deel 4 - Bouwstenen voor een Huisvestingsplan

Deel 4 - Bouwstenen voor een Huisvestingsplan


Bouwstenen voor een Huisvestingsplan

Het probleem

Er zijn ongeveer 20.000 woningzoekenden: het stuwmeer. Er komt jaarlijks wat bij en er gaat ook wat af. Het gaat om mensen zonder een woning (nieuwbouw) of zonder een goede woning (woningverbetering). Dynamisch en complex probleem. Het gaat om mensen die in meer of mindere mate in staat zijn voor een oplossing te zorgen. Er zijn mensen die dat op langere termijn of nooit een oplossing zullen vinden. Dat zijn jongeren, (zorg)ouderen, (grote/kleine)gezinnen, gehandicapten, alle ingezetenen.

 De basis voor het beleid

Volgens de Grondwet, Hoofdstuk VIII Sociale ordening, Art. 49 dient er bij WET een Huisvestingsplan te worden vastgesteld vastgesteld, gericht op het in voldoende mate voorzien in betaalbare woningen en staatscontrole op de aanwending van onroerend goed voor volkshuisvesting. Dat wil zeggen:

  • Er dient een (organieke) wet te komen: de tot standkoming van een (kader)wet (DNA, Staatsraad, President, afkondiging)
  • Huisvestingsplan: is meer dan een plan voor armenhuisvesting, dat is hoe huisvest je het volk van Suriname
  • De controle op de aanwending van onroerend goed voor de volkshuisvesting dient wettelijk geregeld te worden.

Let op: de Grondwet maakt geen onderscheid tussen huisvesting in eigendom- of dmv huurwoningen!

Voer voor staatsrechtgeleerden. Zijn alle uitgevoerde plannen en/of uitgegeven gronden tbv volkshuisvesting,  tot nu toe on(grond)wettelijk gebeurd?

De basis voor de uitvoering

In eerste instantie zijn de oplossingsmodellen gericht op aantallen, dat scoort hoog. Dat geeft op termijn kwalitatieve problemen, niet alleen huisvestelijk, maar op beleids-gebieden als gezondheidszorg, openbaarvervoer/verkeer, veiligheid, onbebouwde kavels, waterhuishouding, nutsvoorzieningen. Het is bijna onvoorstelbaar welke schade ondoordachte woningbouw en gronduitgifte op termijn teweeg brengen. De basis voor een goede uitvoering is een goede Stedenbouwkundigewet met aanverwante regelgeving. Deze wet bestaat sinds 1972, maar door het ontbreken van structuur- en bestemmingsplannen wordt die beperkt toegepast.

Overige regelingen

De overige die nodig zijn voor de uitvoering van een huisvestingsbeleid kan men vinden in diverse (bijzondere)wetten en regels. Vaak zonder enige samenhang.

Het L-2 Decreet (Stdsbl 1982# 11).

In de Grondwet staat nergens dat elke Surinamer recht heeft op grond of een woning. In het L-2 Decreet staat dat er grond “ter bebouwing en bewoning” niet meer dan één toewijzing per persoon zal plaatsvinden. Het eerste probleem met deze wet is dat de uitgifte niet is gekaderd binnen de Stedenbouwkundigewet en het huisvestingsbeleid van de overheid. De uitvoering daarvan ondergraaft zelfs het huisvestingsbeleid, terwijl het juist als een aanvulling daarop wordt gepropageerd. Naast de problemen voor de eerder vermelde beleidsgebieden ondergraaft de uitvoering ook het landbouwbeleid door ongebreidelde omzetting van landbouwgronden naar gronden met andere bestemmingen. Deze wet leidt ook tot lijdzaamheid, wachten op de overheid en is corruptiegevoelig.

Het SBW

In het SBW worden veel zaken mbt het bezit, het verwerven, exploiteren en verkopen daarvan geregeld. Het zou goed zijn om deze privaatrechtelijke regels te upgraden en ook te linken met de bestuursrechtelijke. Daarin dienen de nieuwe actoren die zich bemoeien met deze beleidsgebieden ook een plaats verwerven. Het voert in deze te ver alle artikelen te benoemen.

Bijzondere wetten

Bij het formuleren van regels en beleid mbt huisvesting zal men ontdekken dat die allemaal gericht zijn op het verwerven van een huis in eigendom. De werkelijkheid is al eeuwen anders. Een belangrijke groep gehuisvesten, ongeveer 35%, woont niet in een eigen woning. En daarvoor moeten specifieke regels worden gemaakt. In de koloniale tijd begreep men het al en dat leidde tot De Huurbeschermingswet 1949. Een duidelijke sociale wet, die echter een negatieve connotatie heeft, maar waar niets aan wordt gedaan. Terwijl deze de huisvestingssituatie tussen 35% van de bevolking en hun verhuurders regelt! Ook in de bouwplannen moet daar rekening mee worden gehouden. Wij hebben het hier over het algemeen over de minder draagkrachtigen. De Huurwaardebelastingwet biedt ook mogelijkheden tot het laten vaststellen van een billijke huur.

Financieringsmodaliteiten/regelingen

Er zijn enkele regelingen die de financiering van een woning vergemakkelijken, zoals LISP, MLISP, de kasreserveregeling van 7%, de rente subsidieregeling van 5%. Allemaal gericht op het eigen woningbezit. Voor de huurwoningen zijn er geen regelingen (object en/of subjectsubsidies). Uitbreiding en samenhang is ook in deze nodig.

Huisvestingswet

Er dient een huisvestingswet (kaderwet) te komen waarin alle onderdelen van het beleid (wetten, regels, uitvoeringsinstanties, etc.) samen komen in een samenhangend geheel. Een loket.

 Regels mbt onbebouwde kavels

Wij kennen het probleem van de onbebouwde en verwaarloosde kavels. Ook midden in de stad. Daar moeten regels en heffingen voor komen. Ook tbv de nutsbedrijven die voorzieningen aanbrengen in de straat zonder dat er voor wordt betaald in de exploitatie.

 Ministerie van Ruimtelijke ordening en Huisvesting

Ruimtelijke ordening en huisvesting zijn de meest prangende problemen van het land. Een reden voor een eigen ministerie, waar ook ruimte zou kunnen zijn voor een milieubeheer en stadsherstel. Het ministerie van SoZaVo beperkt zich in deze alleen tot het verlenen van individuele huursubsidie en noodopvang.